Klik hier om ons nieuwsarchief te lezen
   

Hieronder vindt u de laatste nieuwtjes van de priorij Sint Catharinadal.

   
 

Zilveren Anjer 11 juni 2009

   
Majesteit, geachte laureaten, dames en heren,

Nogmaals van harte welkom. Misschien vraagt u zich af wie toch die man is van wie u niet mag fotograferen en telefoneren tijdens de uitreiking. Die vraag wil ik natuurlijk graag beantwoorden. Ik ben Alexander Rinnooy Kan, sinds maart van dit jaar voorzitter van het Prins Bernhard Cultuurfonds. In het dagelijks leven ben ik voorzitter van de Sociaal-Economische Raad.
Het is mij een groot genoegen, en eer, dat ik vandaag deze plechtige bijeenkomst mag openen. Ik ben weliswaar net aangetreden als voorzitter en zit, zogezegd, nog in mijn proeftijd, maar op één punt was ik snel ingewerkt: de uitreiking van de Zilveren Anjers is voor het Prins Bernhard Cultuurfonds een jaarlijks terugkerend hoogtepunt. Dit jaar zelfs extra bijzonder, omdat het vandaag de zestigste keer is dat deze onderscheidingen worden uitgereikt.

Zestig keer! Waarvan 55 door de naamgever en oprichter van ons fonds. Bedenkt u zich eens bij hoeveel mensen onze prins Bernhard - aan wie wij met weemoed terugdenken - in die jaren een onderscheiding heeft opgespeld. Dat waren er ruim tweehonderd! De prins deed dat met verve, charme en met overduidelijk plezier. Ik heb mij daar natuurlijk over laten voorlichten.

Daarom weet ik ook dat het wel eens een beetje mis ging en dat hij dan zachtjes, maar toch hoorbaar,'o jee' zei. Het is ook bepaald geen sinecure om zo'n speld door soms weerbarstige stof te steken. Daarom zijn wij u, Majesteit, zo erkentelijk dat u in de voetsporen van uw vader bent getreden. En voor ons, als Prins Bernhard Cultuurfonds, betekent het dat ook u de Zilveren Anjer belangrijk vindt. Voor de laureaten van vandaag en de dragers aan wie de afgelopen zestig jaar de onderscheiding is toegekend, is het meer dan dat. Zij beschouwen uw aanwezigheid en het opspelden van de onderscheiding als koninklijke erkenning en waardering voor het werk dat zij veelal decennia lang belangeloos hebben verricht.
   
Zilveren Anjerdragers zijn een bijzondere soort culturele vrijwilligers. Zij hebben vaak een drukke baan, of anderszins een vol leven, maar kunnen het niet laten om zich voor een goed doel in te zetten. Op bestuurlijk niveau, maar ook dikwijls, zoals een hoofdredacteur van een kwaliteitskrant het eens formuleerde, 'met de - excusez - poten in het bluswater'. Waarmee hij bedoelde: zelf daadwerkelijk de handen uit de mouwen steken. En dat is onze Zilveren Anjerdragers wel toevertrouwd. Ze besturen en delen hun expertise, maar vertalen ook; geven lezingen; bouwen collecties op; organiseren excursies of concerten; voeren actie; bouwen musea; doen veldwerk. Wat al deze mensen met elkaar gemeen hebben, is hun enthousiasme en doorzettingsvermogen. Ze worden soms tegengewerkt en daardoor lukt het niet altijd meteen, maar een Zilveren Anjerdrager laat zich niet van de wijs brengen. Hij geeft nooit op.
 
 
Vandaag lauweren we vijf van deze doorzetters: Zuster Elisabeth Janssens uit Oosterhout, Winthrop Curiel uit Curacao, Jan Kooien uit Dordrecht, Jan Maarten Boll uit Amsterdam, en Henny Brunnekreeft uit Rheden. Zij hebben zich elk op hun eigen wijze ingezet op een van de werkterreinen van het Prins Bernhard Cultuurfonds en hebben hun onderscheiding ten volle verdiend.

Elisabeth Janssens

GRONDEN VAN VERLENING Zuster Elisabeth Janssens,geboren op 28 april 1923 te Roermond, zet zich sinds 1954 krachtdadig in voor het instandhouden en vernieuwen van het geestelijk erfgoed in Nederland, in het bijzonder de Norbertinessenpriorij Sint-Catharinadal in Oosterhout. Met haar scherpe geest en warme hart weet zij als kloosterlinge een brug te slaan tussen haar besloten leefgemeenschap en de maatschappelijke om ge ving daarbuiten. Daarvoor heeft zij verschillende cultuuruitingen als middel ingezet.

Eerwaarde zuster Elisabeth,
n Zilveren Anjervoordrachten komen de trefwoorden
daadkracht, geestdrift en hartstocht veelvuldig voor. Bij u las ik nog: 'in stilte'. Onopvallend en vanuit de sereniteit van de Norbertinessenpriorij Sint-Catharinadal in Oosterhout hebt u uw kloostergemeenschap de moderne tijd ingeloodst.

   
Sinds u in 1963 werd gekozen tot priorin, heeft uw leven in het teken gestaan van bruggen slaan tussen de besloten gemeenschap van zusters, en de sociaal-culturele wereld buiten de kloostermuren. U was medeoprichtster van het Kunstatelier, waar onder andere antieke boeken worden gerestaureerd en wordt geschilderd en gekalligrafeerd. U hebt niet geschroomd uw zusters naar de kunstacademie in Breda te sturen om gevormde en geschoolde krachten in het atelier te krijgen. En wanneer specifieke kennis of vaardigheid in eigen kring niet voorhanden was, betrok u zonder enige aarzeling leken professionals bij het atelierwerk. U was, zuster Elisabeth, ook de initiatiefnemer van de restauratie en uitbreiding van de kloostergebouwen en u zorgde voor de bouw van een aan de eisen van de tijd aangepast archief gebouw en bibliotheek. Dat u openstaat voor de wereld, blijkt elk jaar bij het openstellen van het klooster op de landelijke Monumentendag, wanneer u rondleidingen geeft die ons, gewone burgers, inzicht geven in het wonen en werken van de zusters.
 
U hebt oog voor het geestelijk erfgoed in Nederland, ook wanneer religieuze gebouwen een wereldse bestemming krijgen. De verbouwing van de Kloosterkazerne in Breda, die begin 1500 werd gebouwd als klooster voor Sint-Catharinadal, tot een modern casino, is daarvan een treffend voorbeeld. U toonde zich tijdens de ingrijpende renovatie zeer betrokken en u was zelfs bereid het in het casino gevestigde museum te openen, waarin voorwerpen uit de vroege bestaansperiode van het klooster zijn samengebracht.
U hebt, zuster Elisabeth, de vensters op de wereld wijd opengezet, de cultuur omarmd en binnengelaten. De Zilveren Anjer komt u daarom meer dan toe.

 

************

 

Kasteelvrouwen met piepers

 

Door XANDRA VAN BAARLE
 
De Blauwe Camer is al eeuwenlang het thuis van de kloosterorde van de Norbertinessen. Op de eerste Landelijke Dag van het Kasteel laten de zusters zien hoe bijzonder hun kasteel is.
De zusters van kasteel De Blauwe Camer houden open huis op de eerste Kastelendag. FOTO COR DE KOCK
Na de middagdienst in het kerkje naast het kasteel - waar de zusters met hun gezang laten horen hoe geweldig de akoestiek hier is - neemt zuster Mechtild de bezoekers mee voor een rondleiding. Je zou haar de pr-zuster kunnen noemen.

Een computerzuster is er ook in de Norbertinessenpriorij Sint-Catharinadal. ,,De boekhouding wordt hier op de computer gedaan door een zuster die 85 jaar is," vertelt zuster Mechtild en ze last meteen een pauze in voor enige reacties vol ongeloof en complimenten.

En dan: ,,Onze priorij is in 1271 gesticht, maar we zijn echt wel met onze tijd meegegaan. We lopen ook allemaal met een pieper in onze zak."

Het kasteel De Blauwe Camer in Oosterhout is in fasen gebouwd. Rond 1400 ontstond het gedeelte aan de linkerzijde van het huidige kasteel. Een halve eeuw later werd de toren gebouwd en een eeuw hierna werd het kasteel aan de achterkant uitgebreid met een zaal.

De naam zou afkomstig zijn van de blauwe leien op het dak. Zuster Mechtild laat eerst even een kleine binnenplaats zien. ,,Deze gevel vind ik toch zo mooi," zegt ze en ze aait even met haar hand over de oude bakstenen.

,,Deze muur is uit 1540. Een steenhouwer heeft nieuwe stenen banden aangebracht en die aangepast aan de oude. Knap hè? Gelukkig krijgen wij veel hulp van een groep Vrienden. Zelf doen we ook veel maar we kunnen niet alles. We worden ook een dagje ouder. We zijn met z'n 24'en, de jongste is 30 en de oudste is 91 jaar."

De rondleiding gaat verder. De kapittelzaal, de refter, de grote keuken, de ridderzaal en de vierkante kloostergang rond een binnentuin. Vrijwel de hele benedenverdieping is tijdens de open dag toegankelijk.

Originele details uit een ver verleden zijn er in overvloed. De grote open haard met Delftsblauwe tegels, de houten plafonds, de tegelvloeren. Antiek meubilair, schilderijen en heiligenbeelden maken het plaatje binnen compleet. Na de Tweede Wereldoorlog is er een grote restauratie uitgevoerd.

Zuster Mechtild: ,,Die was echt noodzakelijk. Wat betreft verwarming en waterleiding was het hier een middeleeuwse toestand. Daarna zijn binnen de tralies verdwenen. Bezoekers zijn altijd welkom geweest, maar de zusters mochten vroeger niet met hen in contact komen. We boden wel koffie en thee aan, dat werd dan in deze draaikast gezet."

Het kasteel is eigendom van de zusters. ,,Het onderhoud is een hele grote zorg voor ons," zegt zuster Mechtild. ,,Soms zitten we met de handen in het haar. Maar we geven niet zo gauw op. We hebben een verantwoordelijkheid naar onszelf en naar de buitenwereld want dit is een 'levend' monument.

,,Vroeger hadden we ook koeien en varkens voor onze inkomsten. Onze belangrijkste bron van inkomsten is nu het kunstatelier waar we antieke boeken restaureren en kalligraferen. Monnikenwerk door zusters. Op de open dag laten we dat allemaal zien. Eigenlijk is het een zondag maar we vonden gewoon dat we mee moesten doen."

Bron: AD, 9 mei 2008

 

************

 

Leven voor God, met de computer

door Annemieke Kooper. vrijdag 11 april 2008

OOSTERHOUT - In de gedigitaliseerde kloosterruimte van de Oosterhoutse priorij Sint Catharinadal kijkt Jezus vanaf een kaartje op de computer de kamer in. Voor de ogen van haar religieuze held pingelt zuster Norberta behendig op haar keyboard.

Haar rechterhand bedient de pianotoetsen, de linker het toetsenbord van de pc die de zuivere noten nauwkeurig op het flatscreen beeldscherm registreert. "Handig hè?" lacht zuster Norberta. "Dit gaat zo heel wat makkelijker dan wanneer je het zelf moet tekenen."

Zondag openen ruim zeventig kloosters hun deuren tijdens de open kloosterdag. Beetje bij beetje schudden abdijen en priorijen hun stoffige imago af.

De 24 Norbertinessenzusters die in Sint Catharinadal wonen, kunnen er ook niet meer omheen: hun klooster moet met de tijd mee en is daarom voorzien van enkele technische snufjes. Een mobiele telefoon staat dag en nacht aan, zodat de zusters altijd bereikbaar zijn. Microfoons en een Dolby Surround geluidssysteem maken de dagelijkse kerkdiensten verstaanbaar voor iedereen. Wie iets wil weten over het leven van de nonnen surft naar hun eigen website. Zelf gebruiken ze de computer voor de administratie – een 84-jarige zuster doet zelf de boekhouding op de pc – en voor het maken van bladmuziek en misboekjes.

Niet dat het kloostergezelschap uren achter de pc slijt, maar als het nodig is, is zo'n computer best handig, weet zuster Mechtild. "Alleen chatten doen we niet hoor", grijnst ze. "We moeten ook weer niet overspoeld raken met dit soort afleiding. Uiteindelijk leven we hier toch voor God en de mensen en niet voor de computer."

Toch heeft het wel even geduurd voordat de digitale revolutie ook in Sint Catharinadal haar intrede deed. De geschiedenis van de Norbertinessen nonnen gaat ver terug. Ontstaan in 1271 was de gemeenschap van oudsher besloten. De nonnen mochten niet buiten de kloostermuren komen, bezoek werd ontvangen achter tralies. Hoewel nog steeds veel waarde wordt gehecht aan tradities en de vaste gebedstijden al eeuwen het ritme van de dag bepalen, heeft het klooster een moderne inslag gekregen. Geen stoffig grauw gebouw, maar fris geschilderde muren en deuren. Kwieke nonnen die er het huishouden runnen, af en toe bitterballen frituren en 's zomers zwemmen in het zwembad in de tuin. Zuster Mechtild laat zien waar de nonnen 's avonds hun vertier zoeken. De vergaderzaal, met antieke houten meubels en zware kleden over de tafels. In het midden van de kamer een kast met een wit gordijn. Erachter de tv, met videorecorder, dvd-speler én Digitenne-kastje. Verstopt, dat wel. "Een televisie is leuk", zucht zuster Mechtild, "Maar echt goed bij het interieur past het niet."

Bron:De Gelderlander 11 april 2008

 

************

 

Geloven is een schone zaak

door Henk den Ridder door Annemiek Kooper. vrijdag 11 april 2008

Een van de zusters maakt zich klaar voor enkele uren tuinieren bij de Norbertinessenpriorij Sint-Catharinadal. ;Kloosterlingen bladeren door een liederenboekje. ;Priorin Maria Magdalena daalt af naar de kelder. ;Twee zusters poetsen in hun speciale werkhabijt de vloer van de kerk. Dit gebeurt minstens een keer per week.foto's David van Dam/GPD ;Op de netjes onderhouden begraafplaats naast het klooster liggen enkele generaties zusters begraven. 
Beide kloosters liggen in de historische Heilige Driehoek van Oosterhout.

De zusters Benedictinessen van de OLV Abdij aan de Zandheuvel 80 openen zondag van 14.00 tot 16.30 uur een gedeelte van de abdij voor het publiek. Onder leiding van een zuster kan ook een wandeling worden gemaakt door de bloeiende kloostertuin.

De ontvangstdag van het Catharinadal aan de Kloosterdreef duurt zondag van 14.30 tot 17.30 uur. Eventueel kan om 14.00 of om 18.00 uur een gebedsdienst worden bijgewoond. De open dag bestaat uit onder meer een rondgang door kasteeltje De Blauwe Camer en een diapresentatie. Bezoekers krijgen de mogelijkheid een werkstuk in het kunstatelier te kopen. Met een intense toewijding poetsen twee zusters van de Oosterhoutse Norbertinessen Priorij Sint Catharinadal de vloer van hun kerk. Stofzuigen en dweilen totdat alles weer glimt, het is een wekelijks terugkerend ritueel na de middagmis, net als het afwassen, het wassen en strijken van de habijten en het onderhouden van tuin en kerkhof.

De vierentwintig zusters van het vrouwenklooster volgen iedere dag een strak schema. Vier gebedsdiensten worden afgewisseld met maaltijden, werkuren en anderhalf uur pauze, met uitzondering van de zondag waarop niet wordt gewerkt. De dag wordt besloten met spelletjes of tv kijken.

De Norbertinessen Priorij bestaat sinds 1271 en is een van de weinige overgebleven - nog functionerende - kloosters. Nederland telt momenteel zo'n zevenhonderd kloosters, waarvan er honderdvijftig nog altijd een religieuze functie hebben. De overigen doen dienst als museum of casino.

Door de sterke afname van het aantal broeders en zusters zullen er over tien jaar nog maar twintig tot dertig abdijen en priorijen over zijn. Om geld in het laatje te krijgen, organiseren veel kloosters rondleidingen en retraitedagen. Zo hopen ze langer in hun eigen onderhoud te kunnen voorzien. De zusters van de Sint Catharinadalpriorij in Oosterhout verkrijgen hun inkomen voornamelijk uit giften en door hun werkzaamheden in het eigen atelier. Ze restaureren er antieke boeken en kalligraferen teksten.

Bron: BN de Stem 11 april 2008

 

************

 

Mijn mooiste Plekje van 10 januari 2007

Zr. Elisabeth Janssens bij het altaar in de kerk van Sint-Catharinadal

Door Piet van Rooten

OOSTERHOUT - De rubriek Mijn mooiste plekje zou niet compleet zijn zonder het Sint-Catharinadal.  Ik nodigde de zusters Norbertinessen dan ook graag uit voor de honderdste en tevens laatste aflevering van de rubriek. Zr. Elisabeth Janssens, de vroegere priorin van het Sint-Catharinadal (1963-1993), vertelt namens de gemeenschap wat zij als Het mooiste plekje van de priorij beschouwt.

Zr. Elisabeth legt uit: 'Veel mensen hoor ik zeggen: Sint-Catharinadal is wel het mooiste plekje van Oosterhout. Het voornaamste gedeelte van de gebouwen is oud, zien er niet vervallen uit en de nieuwere  zijn in stijl aangepast. Er is sfeer, er is rust. Ook binnen stralen de muren en ramen rust uit. Maar vraagt U mij naar het allermooiste plekje, ook om tot rust te komen, dan gaan we naar de stilte van de kerk. Naar het huis van de Heer', zegt zr. Elisabeth.

Zij vervolgt:  'Zonder dat een toets wordt aangeraakt, nodigt het orgel uit om Gods lof te zingen. En het grote stenen altaar brengt je tot de rust die alleen de Heer van alle goeds je geven kan. Het maakt je stil. Immers hier mag je helemaal jezelf zijn. Je diepere verlangens om iets van je leven te maken naar andere mensen toe, maken je stil en tegelijk actief. Hier ben je niet alleen. Het is de Heer, die jou en eigenlijk elke mens wil leiden en helpen om te leven zoals Hij in Christus heeft voorgeleefd. Eerlijk, open, met liefde, zichzelf gevend. Hier bij het altaar mag je jezelf gewoon mens zijn en denken dat je elke dag opnieuw mag beginnen. Dat je zelfs fouten mag maken, als je maar niet schuwt je hart open te zetten naar anderen om je heen en ver weg. Hier bij het altaar kun je blij zijn, omdat er nog zoveel goeds om je heen en over de gehele wereld gebeurt. Hier kun je stil zijn, hoef je zelfs niet te denken. Hier besef je meer dan waar ook, dat je niet behoeft te vrezen, de Heer is nabij. Hij komt terug, is er voor jou, voor de goeden en de kwaden, voor degenen die je liefhebt en voor hen waar je moeite mee hebt. Van hieruit, vanaf dit plekje kun je weer het leven tegemoet gaan.'

Zr. Elisabeth Janssens besluit: 'En dit stenen altaar, het maakt je leven leefbaar, vol van verlangen je doen en laten vruchtbaar te maken voor de Heer en zo voor vele mensen. En heel stil klinkt het dan in jezelf: Dank aan mijn stille plekje, dat ik dit mag beleven', aldus Zr. Elisabeth Janssens, Norbertines van Sint-Catharinadal.

De Blauwe Camer, het centrale gebouw van het klooster Sint-Catharinadal, was oorspronkelijk het adellijk huis van vooraanstaande bewoners van Oosterhout en tevoren van de Commanderij der Ridders van St. Jan. Het was dit kleine kasteel, dat in de moeilijke tijd van de zogenaamde Nederlandse Beroerten het toevluchtsoord zou worden van de zusters Norbertinessen, die in 1647 uit hun klooster in Breda moesten vertrekken. De oorsprong van de gemeenschap gaat terug tot 1271, toen het eerste, maar al snel door watersnood getroffen, Sint-Catharinadal in Vroenhout (bij Wouw) werd gesticht. Momenteel is Zr. Maria Magdalena priorin van de Oosterhoutse gemeenschap, die 26 zusters telt.

Bron:Het Kanton 10 jan 2007
 

************

 

Gouden erespeld voor zuster Dorothea Herwegh

Klik op de foto om deze te vergroten
     
     
     
     

Indrukwekkend. Zo kun je de hele vrijdag op het Catharinadal wel noemen. Het begon eigenlijk al op vrijdagavond, maar daar was u geen getuige van. Zuster Dorothea was lange tijd in meditatie, omdat zij de dag daarna haar professie zou gaan vernieuwen, zoals alle zusters Norbertinessen dat doen als ze 50 jaar daarvoor hun ‘communio met God’ zijn aangegaan. Je zou het ook een gouden bruiloft kunnen noemen, alleen is de man dan niet in levende lijve aanwezig.

Tilly Herwegh werd ietsje meer dan 50 jaar geleden ‘geroepen’ om in te treden. Op dat moment was ze verpleegster in het Ignatiusziekenhuis en volgde ze een tekenopleiding aan de kunstacademie St. Joost. Niet lang daarna tekende ze iets heel anders: haar professiebrief. En dat deed ze afgelopen vrijdag dus weer. Nou gebeurt zoiets in een klooster natuurlijk wel vaker, maar als zuster Dorothea haar jubileum viert is dat toch een ander verhaal.

Rillingen
De auto’s stonden tot ver op de Zandheuvel en de Hoogstraat. De kerk van het Catharinadal puilde bijkans uit haar voegen. Honderden familieleden, hoogwaardigheidsbekleders, opdrachtgevers voor het atelier, Vrienden van het Catharinadal, Heilige Driehoekbeschermers en ‘gewone’ vrienden en kennissen van Dorothea waren toegestroomd om getuige te zijn van de hernieuwing van haar gelofte en om haar te feliciteren. Dat zij vaker naar een dienst gaan op het Catharinadal bleek wel uit het feit dat ook de Gregoriaanse liederen volop werden meegezongen … zonder in de tekst te hoeven kijken. Proost Peter Damen ging in de dienst voor, daarbij vaak geassisteerd door priorin Maria Magdalena. Vooral het moment voorafgaand aan de hernieuwde ondertekening van haar professiebrief was om rillingen van te krijgen: Twee ijle stemmen – die van zuster Dorothea en van Maria Magdalena - die drie keer dezelfde zin zongen, steeds één toon hoger.

Proost Damen prees het vakmanschap van Dorothea: “God en jij keken elkaar aan en kwamen daardoor op ooghoogte. Hetzelfde gebeurde tussen jou en alle mensen hier. Maar in jouw ogen zien zij allemaal ook het hele Catharinadal natuurlijk.”

Twee spelden
Toen was het tijd om handen te schudden … oneindig veel handen. De Vrienden schonken de koffie en andere drankjes, collega’s van Dorothea renden tussen keuken en buffetten. Niet in de rij, maar dan ook met speciale bedoelingen was burgemeester Helmi Huibregts aanwezig. “Zuster Dorothea, u voert sinds 1963 de leiding over het kunstatelier van Catharinadal. Uw geweldige inzet, deskundigheid maar zeker ook uw onmiskenbare artistieke talenten vormen de ingrediënten die tot het succes van heden en de landelijke bekendheid van Catharinadal en zijn kunstatelier hebben geleid. In 1977 werd u door Prins Bernhard onderscheiden met de zilveren anjer. En in 1981, bij gelegenheid van uw zilveren professiejubileum, werd het hele kunstatelier van Catharinadal geëerd met de toekenning van de gouden erespeld van de gemeente Oosterhout. Nu, 25 jaar later, geeft u nog steeds met bezieling leiding aan het atelier. Na de huldiging van het collectief 25 jaar geleden is naar de mening van het college nu de huldiging van een bijzonder individu op zijn plaats: Ook u verdient de gouden erespeld.” En die pluim werd door de burgemeester op de kraag gespeld van Dorothea … naast die andere gouden speld die zij namens alle collega’s van het atelier draagt bij officiële gelegenheden. 
Maar het grootste probleem moest nog komen. “Bij de speld hoort ook een oorkonde. Meestal worden die bij u in het atelier gemaakt, vaak ook door uzelf. Wij hebben voor u en het atelier dan ook een opdracht: Zou u een oorkonde kunnen maken, die behoort bij een gouden erespeld ten name van Dorothea Herwegh?”
 

************

 

Redactioneel stuk in BN DeStem

 
Gouden speld voor zuster Dorothea
Van onze verslaggever

Burgemeester Huijbregts speldt zuster Dorothea de gouden onderscheiding op. FOTO INGRID BERTENS

Zaterdag 18 november 2006 - OOSTERHOUT – Bij haar gouden professiefeest heeft zuster Dorothea Herwegh gisteren de erespeld in goud van de gemeente Oosterhout ontvangen.

Ze kreeg het waardevolle kleinood uit handen van burgemeester Helmi Huijbregts die de jubilaris tijdens de druk bezochte receptie toesprak.

Zuster Dorothea Herwegh, Oosterhoutse van geboorte, voert sinds 1963 de leiding over het kunstatelier van het monumentale klooster St. Catharinadal. Haar inzet, deskundigheid maar zeker ook haar onmiskenbare artistieke talenten vormden de ingrediënten die tot het succes van heden en de landelijke bekendheid van Catharinadal en zijn kunstatelier hebben geleid, zo onderstreepte de burgemeester.

In 1977 werd zuster Dorothea door ZKH Prins Bernhard onderscheiden met de Zilveren Anjer. En in 1981, bij gelegenheid van het zilveren professiejubileum van Dorothea, werd het hele kunstatelier van Catharinadal geëerd met de toekenning van de erespeld in goud van de gemeente Oosterhout.

Nu, 25 jaar later, is het nog steeds zuster Dorothea die met bezieling leiding geeft aan het atelier. Na de huldiging van het collectief 25 jaar geleden is naar de mening van het Oosterhoutse college van B en W nu de huldiging van een bijzonder individu op zijn plaats, zo besloot burgemeester Huijbregts.

Bron: http://www.bndestem.nl/oosterhout/article842592.ece

 

************

 

Het monnikenwerk van een ‘gouden’ zuster

 
Zuster Dorothea

Woensdag 1 november 2006 - Ze was verpleegster in Breda, had eigenlijk in de missie gewild. Op een dag ontmoette Tilly Herwegh in het Ignatiusziekenhuis in Breda de norbertines zuster Elisabeth uit het klooster Sint Catharinadal in Oosterhout .

OOSTERHOUT – Dat eerste contact was de kiem van een kloosterleven. Op 17 november viert Tilly haar gouden professiejubileum als zuster Dorothea (76). Portret van een dienstbaar, religieus leven, een leven ook met liefde voor antieke boeken, want dat is het tweede verhaal van zuster Dorothea. Ze was de oogappel van haar vader, die in zijn vrije tijd houtbewerkte en schilderde. De jonge Tilly volgde nog een opleiding aan de kunstacademie Sint Joost, maar een innerlijke kracht dreef haar, zo jong als ze was, steeds naar het contemplatieve leven.

Zuster Elisabeth, nu 83 en subpriorin van Sint Catharinadal: „We praatten er over. Ik denk dat ik wel gezegd heb, dat ze zelf moest weten wat ze deed. Zo van: je zit in de verpleging, daar kun je ook blijven.“

Zuster Dorothea: „Ik was dikwijls in Sint Catharinadal te vinden, fietste langs een omweg, zodat mijn vader het niet zou zien. Hij wilde niks van het klooster weten, ook al had hij het wel een keer geschilderd.“ Tilly Herwegh trad in bij de zusters norbertinessen en koos zo voor een dagorde die geheel draaide rond gebed en meditatie. In 1955 werd ze geprofest.

Sint Catharinadal beschikte al sinds 1925 over een boekbinderij. De norbertinessen verzorgden het binden van vertrouwelijke boeken van gemeenten en artsen. In 1953 werden antieke boeken van het Provinciaal Genootschap van ’s-Hertogenbosch gebracht met de vraag om deze te restaureren. Na een half jaar bleek er echter nog steeds niets aan gebeurd. Dat zeer tot ontsteltenis van de toenmalige Proost Germanus Verheyen. Hij zag mogelijkheden voor de toekomst, een potentiële bron van inkomsten en inspirerend werk voor kunstgevoelige zusters. Het was in de jaren ’50 dat paus Pius XII vaststelde dat besloten kloostergemeenschappen niet meer alleen van bedelen en van giften konden leven en aan hun kostwinning moesten denken. Met de richtlijn van de paus in gedachten besloten de zusters norbertinessen die activiteit uit te breiden.

Zuster Elisabeth: „Toen was het geen vetpot. Nu hebben we een fatsoenlijk habijt, maar toen droegen we een habijt met ingezette stukken stof.“

Onder de bezielende leiding van zuster Elisabeth specialiseerden ze zich in het restaureren van antieke boeken en handschriften. Zo ontstond het nu internationaal vermaarde Kunstatelier, dat al tientallen jaren onder leiding staat van zuster Dorothea.

Wie met Dorothea praat, praat over boeken. En wie in Sint Catharinadal over boeken praat, kan niet om de initiatiefneemster van het Kunstatelier heen: zuster Elisabeth.

Boeken restaureren? Is dat net zoiets als schilderijen weer toonbaar maken? Zuster Elisabeth: „Een schilderij is veel overzichtelijker.“ Zuster Dorothea: „We krijgen hier antieke boeken binnen, nou, soms niet meer dan een stapel van honderden, losliggende vellen, waar gerafelde randen aan zitten en stukken uit zijn. Dat zijn boeken van drie, vierhonderd jaar oud.“

Ze toont een oude statenbijbel uit 1686. Het is een boek waarvan de zeventiende eeuwse drukkers Hendrik en Jacob Keur uit het destijds fel protestantse Dordrecht nooit van hebben kunnen dromen dat het ooit door katholieke zusters gerestaureerd zou worden. Zuster Dorothea legt de twintig centimeter dikke bijbel voorzichtig open op tafel. Haar hand gaat liefdevol over de herstelde pagina’s. Ze vertelt over het restauratieproces, over grondstoffen die niet vijandig moeten zijn aan het zeventiende eeuwse papier. En hoe vel na vel met een grondstof wordt bewerkt en met persen en drukken vacuüm wordt getrokken zodat er uit de vloeistof nieuw ‘zeventiende eeuws’ papier ontstaat op plaatsen waar dit is weggescheurd. En dat is nog niet alles want die vellen moeten weer een boek worden. Dat is het binden. Ook dat is handwerk. Zuster Dorothea praat over een kettingsteek en over ribben. Die ribben zijn de horizontale verdikkingen die je vaak op de rug van in leer gebonden historische boeken ziet. Zo’n boek als deze ‘Keurbijbel’ zit vaak al generaties in de familie.

Zuster Dorothea: „De familie komt hier niet alleen voor restauratie. Ze willen er dan ook een stamboom in en het familiewapen.

De kalligrafie verzorgen we ook, net als het koperbeslag. Hoe lang dat restauratieproces duurt? Soms wel anderhalf jaar.“ Ze laat de eerste pagina’s van de gerestaureerde statenbijbel zien. Inderdaad een familiewapen, een complete stamboom en een gekalligrafeerde opdracht met ondermeer de tekst: ‘Om het Woord te behouden.’

Zuster Elisabeth: „De restauratie van dit boek, dat is kunst van de hoogste plank.

De norbertinessengemeenschap in Oosterhout is het wellicht oudste instituut van de stad, aanwezig sinds 1271, opgericht toen ridders nog op kruistocht gingen, de pest heerste, stormvloeden de streek teisterden en lokale heren elkaar met legertjes te lijf gingen. Ze overleefden de Geuzenstrooptochten en zijn anno 2006, volkomen eigentijds met een website te vinden op internet:

„Met hoeveel zusters zitten jullie nog in de priorij?“ Zuster Elisabeth: „We zitten nooit, ha, ha?“ Zuster Dorothea: „Met 26 zusters. Het Kunstatelier is belangrijk, maar het belangrijkst is ons gebedsleven, de diensten, vier keer per dag.“

Voor haar inzet voor het Kunstatelier kreeg zuster Dorothea in 1977 een Zilveren Anjer. Die werd door Prins Bernhard persoonlijk uitgereikt in het paleis op de Dam in Amsterdam.

Zijn de norbertinessen in al die jaren verliefd geworden op het restaureren van oude boeken? Zuster Elisabeth: „Antieke boeken hebben iets persoonlijk. Ze zijn gedrukt of vaak ook met de hand geschreven.

Als je zo’n handschrift ziet, probeer je je te verplaatsen in degene die dit zoveel eeuwen geleden geschreven heeft.“ Zuster Dorothea: „Zo’n antiek boek heeft een eigen sfeer, je kunt het zien, voel maar, de omslag, het leer, de bladen, het papier, zo’n oud boek leeft.“

http://www.bndestem.nl/oosterhout/article787883.ece

 

************

Een nieuw ‘hek’ om de Heilige Driehoek

Zaterdag 8 april 2006 - De Heilige Driehoek is meer dan de drie kloosters waaraan het Oosterhoutse gebied zijn naam dankt. Het gebied dat de status van beschermd dorpsgezicht krijgt, loopt van de Veerseweg in het noorden tot het bedrijventerrein rond de Esdoornlaan in Slotjes-Oost. Met de nieuw verworven status gaat deze Heilige Driehoek verder op slot.

Een blik op het klooster Sint Catharinadal. FOTO'S THOM VAN AMSTERDAM
Door Geert Nijland
Het eerste wat opvalt als je over de Leijsendwarsstraat in de Heilige Driehoek loopt, is dat het eigenlijk nooit helemaal stil is. Die vermaledijde A27! Altijd herrie! De snelweg loopt in een lichte boog netjes om het gebied heen, maar aan zijn aanwezigheid ontkom je niet.

 Mari Rombouts stoort zich er niet aan. Zijn melkveehouderij ligt aan de A27. Sterker nog, de snelweg doorklieft zijn percelen. Aan de overzijde heeft Rombouts nog een flink stuk grond. „Als de gemeente Oosterhout dat stuk grond van mij wil hebben, zullen ze de rest erbij moeten kopen. Dan kap ik ermee“, zegt hij resoluut.

Zijn opmerking krijgt plots een zware lading als hij zegt de laatste agrariër te zijn in de Heilige Driehoek. „Vroeger zaten hier aan de Leijsendwarsstraat tal van agrarische bedrijven. Ze zijn allemaal weg en er is import voor in de plaats gekomen. Wat mij betreft ga ik door totdat ze mij in een kist kunnen wegdragen. Ik wil niet stoppen“, zegt hij.

Rombouts is geboren en getogen in de Heilige Driehoek. Hij kan de perceelgrens van het klooster Sint Catharinadal blind tot op de millimeter aanwijzen. „Kijk, dat is allemaal van de zusters. En dat is van de paters van de Sint Paulusabdij. Zij hebben een deel van hun grond weer verpacht“, zegt hij.
 
Melkveehouder Mari Rombouts aan het werk op zijn land.

Rombouts laat het bezoek de oude koeienstal zien. Sinds de laat negentiende eeuw is er niets meer aan veranderd. De houten steunbalken in het dak verraden de ouderdom. Hier proef je de geschiedenis, dit is heilige boerengrond.

De procedure voor het verkrijgen van de status ‘beschermd dorpsgezicht’ werd in 2002 opgestart door de Stichting Heilige Driehoek die zich al jaren inzet voor het behoud van het historische gebied. Voorzitter Cock Gorisse zei gisteren in deze krant dat de kou nog niet helemaal uit de lucht is. Het deel ten noorden van de Veerseweg staat nog de nodige ontwikkelingen te wachten. Een nieuw uitvaartcentrum, een crematorium wellicht. Een tuincentrum dat gaat verhuizen. Als dat maar goed gaat.

Het oude tolhuis op de hoek van ’t Helleke en de Leijsenstraat staat er in elk geval fier bij. Als een soort wachter voor de prachtige boerderijen van de Leijsenstraat. Hier kom je niet ongestraft weg als je met het bulldozeren per ongeluk uitschiet!

 

Het Geelhuys of beter: het oude tolhuis.

Als je van het noorden via de Leijsendwarsstraat naar de andere kant van de Hoogstraat rijdt, kom je bij de Sint Paulusabdij. Ten zuiden van de Monnikendreef ligt de hei waarnaar de volkswijk Veurhai, of in goed Nederlands Voorheide, is vernoemd.

Het is anno 2006 niet meer dan grasland. Het is hier moeilijk te begrijpen waar dat historische nou precies inzit. In het recente verleden is regelmatig geopperd om hier op beperkte schaal woningen te bouwen. Waarom niet? Alhoewel: dan zou de Veurhai de Veurhai niet meer zijn. Toch maar afblijven dan.

Is het met de status van beschermd dorpsgezicht uitgesloten dat er ooit nog gebouwd wordt in de Heilige Driehoek? Niet echt. Volgens een gemeentewoordvoerster wordt het alleen moeilijker. Zeg dus nooit ‘nooit’.

Priorin zuster Magdalena van het norbertinessenklooster Sint Catharinadal is blij met de nieuwe status.

„Dit is een extra bescherming. Tot nu was daar in juridische zin geen sprake van. Natuurlijk hebben wij onze rechten. De grond rond ons klooster is al eeuwen van ons. Maar de bescherming betreft straks een heel ruim gebied en ik denk dan altijd: hoe ruimer hoe beter.“

De priorin is ook ingenomen met de bescherming van het deel ten zuiden van de Paulusabdij. De paters vertrekken medio dit jaar naar Zuiderhout in Teteringen, maar hun plaats wordt ingenomen door de Franse gebedsgroep Chemin Neuf. „Er is ooit gesproken over woningbouw of nog erger: de aanleg van sportvelden in dat deel van de Heilige Driehoek. Daar willen wij liever niet aan denken“, zegt zuster Magdalena.

 
 

************