|
Klik hier om ons
nieuwsarchief te lezen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Zilveren Anjer 11 juni 2009 |
| |
|
|
Majesteit, geachte
laureaten, dames en heren,
Nogmaals van harte welkom.
Misschien vraagt u zich af wie toch die man is van wie u niet
mag fotograferen en telefoneren tijdens de uitreiking. Die vraag
wil ik natuurlijk graag beantwoorden. Ik ben Alexander Rinnooy
Kan, sinds maart van dit jaar voorzitter van het Prins Bernhard
Cultuurfonds. In het dagelijks leven ben ik voorzitter van de
Sociaal-Economische Raad.
Het is mij een groot genoegen, en eer, dat ik vandaag deze
plechtige bijeenkomst mag openen. Ik ben weliswaar net
aangetreden als voorzitter en zit, zogezegd, nog in mijn
proeftijd, maar op één punt was ik snel ingewerkt: de uitreiking
van de Zilveren Anjers is voor het Prins Bernhard Cultuurfonds
een jaarlijks terugkerend hoogtepunt. Dit jaar zelfs extra
bijzonder, omdat het vandaag de zestigste keer is dat deze
onderscheidingen worden uitgereikt.
Zestig keer! Waarvan 55
door de naamgever en oprichter van ons fonds. Bedenkt u zich
eens bij hoeveel mensen onze prins Bernhard - aan wie wij met
weemoed terugdenken - in die jaren een onderscheiding heeft
opgespeld. Dat waren er ruim tweehonderd! De prins deed dat met
verve, charme en met overduidelijk plezier. Ik heb mij daar
natuurlijk over laten voorlichten. |
 |
|
Daarom weet ik
ook dat het wel eens een beetje mis ging en dat hij
dan zachtjes, maar toch hoorbaar,'o jee' zei. Het is
ook bepaald geen sinecure om zo'n speld door soms
weerbarstige stof te steken. Daarom zijn wij u,
Majesteit, zo erkentelijk dat u in de voetsporen van
uw vader bent getreden. En voor ons, als Prins
Bernhard Cultuurfonds, betekent het dat ook u de
Zilveren Anjer belangrijk vindt. Voor de laureaten
van vandaag en de dragers aan wie de afgelopen
zestig jaar de onderscheiding is toegekend, is het
meer dan dat. Zij beschouwen uw aanwezigheid en het
opspelden van de onderscheiding als koninklijke
erkenning en waardering voor het werk dat zij veelal
decennia lang belangeloos hebben verricht. |
| |
|
 |
Zilveren
Anjerdragers zijn een bijzondere soort culturele
vrijwilligers. Zij hebben vaak een drukke baan, of
anderszins een vol leven, maar kunnen het niet laten
om zich voor een goed doel in te zetten. Op
bestuurlijk niveau, maar ook dikwijls, zoals een
hoofdredacteur van een kwaliteitskrant het eens
formuleerde, 'met de - excusez - poten in het
bluswater'. Waarmee hij bedoelde: zelf daadwerkelijk
de handen uit de mouwen steken. En dat is onze
Zilveren Anjerdragers wel toevertrouwd. Ze besturen
en delen hun expertise, maar vertalen ook; geven
lezingen; bouwen collecties op; organiseren
excursies of concerten; voeren actie; bouwen musea;
doen veldwerk. Wat al deze mensen met elkaar gemeen
hebben, is hun enthousiasme en doorzettingsvermogen.
Ze worden soms tegengewerkt en daardoor lukt het
niet altijd meteen, maar een Zilveren Anjerdrager
laat zich niet van de wijs brengen. Hij geeft nooit
op.
|
| |
Vandaag
lauweren we vijf van deze doorzetters: Zuster
Elisabeth Janssens uit Oosterhout, Winthrop
Curiel uit Curacao, Jan Kooien uit Dordrecht,
Jan Maarten Boll uit Amsterdam, en Henny
Brunnekreeft uit Rheden. Zij hebben zich elk op
hun eigen wijze ingezet op een van de
werkterreinen van het Prins Bernhard
Cultuurfonds en hebben hun onderscheiding ten
volle verdiend.
Elisabeth Janssens |
GRONDEN VAN VERLENING Zuster Elisabeth Janssens,geboren
op 28 april 1923 te Roermond, zet zich sinds 1954
krachtdadig in voor het instandhouden en vernieuwen van het
geestelijk erfgoed in Nederland, in het bijzonder de
Norbertinessenpriorij Sint-Catharinadal in Oosterhout. Met
haar scherpe geest en warme hart weet zij als kloosterlinge
een brug te slaan tussen haar besloten leefgemeenschap en de
maatschappelijke om ge ving daarbuiten. Daarvoor heeft zij
verschillende cultuuruitingen als middel ingezet.
Eerwaarde zuster Elisabeth,
n Zilveren Anjervoordrachten komen de trefwoorden
daadkracht, geestdrift en hartstocht veelvuldig voor. Bij u
las ik nog: 'in stilte'. Onopvallend en vanuit de sereniteit
van de Norbertinessenpriorij Sint-Catharinadal in Oosterhout
hebt u uw kloostergemeenschap de moderne tijd ingeloodst.
|
| |
|
 |
Sinds u in 1963
werd gekozen tot priorin, heeft uw leven in het
teken gestaan van bruggen slaan tussen de besloten
gemeenschap van zusters, en de sociaal-culturele
wereld buiten de kloostermuren. U was
medeoprichtster van het Kunstatelier, waar onder
andere antieke boeken worden gerestaureerd en wordt
geschilderd en gekalligrafeerd. U hebt niet
geschroomd uw zusters naar de kunstacademie in Breda
te sturen om gevormde en geschoolde krachten in het
atelier te krijgen. En wanneer specifieke kennis of
vaardigheid in eigen kring niet voorhanden was,
betrok u zonder enige aarzeling leken professionals
bij het atelierwerk. U was, zuster Elisabeth, ook de
initiatiefnemer van de restauratie en uitbreiding
van de kloostergebouwen en u zorgde voor de bouw van
een aan de eisen van de tijd aangepast archief
gebouw en bibliotheek. Dat u openstaat voor de
wereld, blijkt elk jaar bij het openstellen van het
klooster op de landelijke Monumentendag, wanneer u
rondleidingen geeft die ons, gewone burgers, inzicht
geven in het wonen en werken van de zusters. |
|
| |
U hebt oog voor
het geestelijk erfgoed in Nederland, ook wanneer
religieuze gebouwen een wereldse bestemming krijgen.
De verbouwing van de Kloosterkazerne in Breda, die
begin 1500 werd gebouwd als klooster voor
Sint-Catharinadal, tot een modern casino, is daarvan
een treffend voorbeeld. U toonde zich tijdens de
ingrijpende renovatie zeer betrokken en u was zelfs
bereid het in het casino gevestigde museum te openen,
waarin voorwerpen uit de vroege bestaansperiode van
het klooster zijn samengebracht.
U hebt, zuster Elisabeth, de vensters op de wereld
wijd opengezet, de cultuur omarmd en binnengelaten.
De Zilveren Anjer komt u daarom meer dan toe. |
 |
|
|
|
|
|
************ |
|
|

Kasteelvrouwen met piepers
Door XANDRA VAN BAARLE
De Blauwe Camer
is al eeuwenlang het thuis van de kloosterorde van
de Norbertinessen. Op de eerste Landelijke Dag van
het Kasteel laten de zusters zien hoe bijzonder hun
kasteel is.
De zusters van kasteel
De Blauwe Camer houden open huis op de
eerste Kastelendag. FOTO COR DE KOCK
Na de
middagdienst in het kerkje naast het kasteel - waar
de zusters met hun gezang laten horen hoe geweldig
de akoestiek hier is - neemt zuster Mechtild de
bezoekers mee voor een rondleiding. Je zou haar de
pr-zuster kunnen noemen.
Een computerzuster is er ook in de
Norbertinessenpriorij Sint-Catharinadal. ,,De
boekhouding wordt hier op de computer gedaan door
een zuster die 85 jaar is," vertelt zuster Mechtild
en ze last meteen een pauze in voor enige reacties
vol ongeloof en complimenten.
En dan: ,,Onze priorij is in 1271 gesticht, maar we
zijn echt wel met onze tijd meegegaan. We lopen ook
allemaal met een pieper in onze zak."
Het kasteel De Blauwe Camer in Oosterhout is in
fasen gebouwd. Rond 1400 ontstond het gedeelte aan
de linkerzijde van het huidige kasteel. Een halve
eeuw later werd de toren gebouwd en een eeuw hierna
werd het kasteel aan de achterkant uitgebreid met
een zaal.
De naam zou afkomstig zijn van de blauwe leien op
het dak. Zuster Mechtild laat eerst even een kleine
binnenplaats zien. ,,Deze gevel vind ik toch zo mooi,"
zegt ze en ze aait even met haar hand over de oude
bakstenen.
,,Deze muur is uit 1540. Een steenhouwer heeft
nieuwe stenen banden aangebracht en die aangepast
aan de oude. Knap hè? Gelukkig krijgen wij veel hulp
van een groep Vrienden. Zelf doen we ook veel maar
we kunnen niet alles. We worden ook een dagje ouder.
We zijn met z'n 24'en, de jongste is 30 en de oudste
is 91 jaar."
De rondleiding gaat verder. De kapittelzaal, de
refter, de grote keuken, de ridderzaal en de
vierkante kloostergang rond een binnentuin. Vrijwel
de hele benedenverdieping is tijdens de open dag
toegankelijk.
Originele details uit een ver verleden zijn er in
overvloed. De grote open haard met Delftsblauwe
tegels, de houten plafonds, de tegelvloeren. Antiek
meubilair, schilderijen en heiligenbeelden maken het
plaatje binnen compleet. Na de Tweede Wereldoorlog
is er een grote restauratie uitgevoerd.
Zuster Mechtild: ,,Die was echt noodzakelijk. Wat
betreft verwarming en waterleiding was het hier een
middeleeuwse toestand. Daarna zijn binnen de tralies
verdwenen. Bezoekers zijn altijd welkom geweest,
maar de zusters mochten vroeger niet met hen in
contact komen. We boden wel koffie en thee aan, dat
werd dan in deze draaikast gezet."
Het kasteel is eigendom van de zusters. ,,Het
onderhoud is een hele grote zorg voor ons," zegt
zuster Mechtild. ,,Soms zitten we met de handen in
het haar. Maar we geven niet zo gauw op. We hebben
een verantwoordelijkheid naar onszelf en naar de
buitenwereld want dit is een 'levend' monument.
,,Vroeger hadden we ook koeien en varkens voor onze
inkomsten. Onze belangrijkste bron van inkomsten is
nu het kunstatelier waar we antieke boeken
restaureren en kalligraferen. Monnikenwerk door
zusters. Op de open dag laten we dat allemaal zien.
Eigenlijk is het een zondag maar we vonden gewoon
dat we mee moesten doen."
Bron: AD, 9 mei
2008
|
|
|
|
************ |
|
|
Leven voor God,
met de computer
door
Annemieke Kooper. vrijdag 11 april 2008
OOSTERHOUT - In de gedigitaliseerde kloosterruimte van de
Oosterhoutse priorij Sint Catharinadal kijkt Jezus vanaf een
kaartje op de computer de kamer in. Voor de ogen van haar
religieuze held pingelt zuster Norberta behendig op haar
keyboard.
Haar rechterhand
bedient de pianotoetsen, de linker het toetsenbord van de pc
die de zuivere noten nauwkeurig op het flatscreen
beeldscherm registreert. "Handig hè?" lacht zuster Norberta.
"Dit gaat zo heel wat makkelijker dan wanneer je het zelf
moet tekenen."
Zondag openen ruim zeventig kloosters hun deuren tijdens de
open kloosterdag. Beetje bij beetje schudden abdijen en
priorijen hun stoffige imago af.
De 24 Norbertinessenzusters die in Sint Catharinadal wonen,
kunnen er ook niet meer omheen: hun klooster moet met de
tijd mee en is daarom voorzien van enkele technische snufjes.
Een mobiele telefoon staat dag en nacht aan, zodat de
zusters altijd bereikbaar zijn. Microfoons en een Dolby
Surround geluidssysteem maken de dagelijkse kerkdiensten
verstaanbaar voor iedereen. Wie iets wil weten over het
leven van de nonnen surft naar hun eigen website. Zelf
gebruiken ze de computer voor de administratie – een
84-jarige zuster doet zelf de boekhouding op de pc – en voor
het maken van bladmuziek en misboekjes.
Niet dat het kloostergezelschap uren achter de pc slijt,
maar als het nodig is, is zo'n computer best handig, weet
zuster Mechtild. "Alleen chatten doen we niet hoor", grijnst
ze. "We moeten ook weer niet overspoeld raken met dit soort
afleiding. Uiteindelijk leven we hier toch voor God en de
mensen en niet voor de computer."
Toch heeft het wel even geduurd voordat de digitale
revolutie ook in Sint Catharinadal haar intrede deed. De
geschiedenis van de Norbertinessen nonnen gaat ver terug.
Ontstaan in 1271 was de gemeenschap van oudsher besloten. De
nonnen mochten niet buiten de kloostermuren komen, bezoek
werd ontvangen achter tralies. Hoewel nog steeds veel waarde
wordt gehecht aan tradities en de vaste gebedstijden al
eeuwen het ritme van de dag bepalen, heeft het klooster een
moderne inslag gekregen. Geen stoffig grauw gebouw, maar
fris geschilderde muren en deuren. Kwieke nonnen die er het
huishouden runnen, af en toe bitterballen frituren en 's
zomers zwemmen in het zwembad in de tuin. Zuster Mechtild
laat zien waar de nonnen 's avonds hun vertier zoeken. De
vergaderzaal, met antieke houten meubels en zware kleden
over de tafels. In het midden van de kamer een kast met een
wit gordijn. Erachter de tv, met videorecorder, dvd-speler
én Digitenne-kastje. Verstopt, dat wel. "Een televisie is
leuk", zucht zuster Mechtild, "Maar echt goed bij het
interieur past het niet."
Bron:De
Gelderlander
11 april 2008
|
|
|
|
************ |
|
|
Geloven is een
schone zaak
door Henk
den Ridder door Annemiek Kooper. vrijdag 11 april 2008
Een van de
zusters maakt zich klaar voor enkele uren tuinieren
bij de Norbertinessenpriorij Sint-Catharinadal. ;Kloosterlingen
bladeren door een liederenboekje. ;Priorin Maria
Magdalena daalt af naar de kelder. ;Twee zusters
poetsen in hun speciale werkhabijt de vloer van de
kerk. Dit gebeurt minstens een keer per week.foto's
David van Dam/GPD ;Op de netjes onderhouden
begraafplaats naast het klooster liggen enkele
generaties zusters begraven.
Beide kloosters liggen
in de historische Heilige Driehoek van Oosterhout.
De zusters Benedictinessen van de OLV Abdij aan de
Zandheuvel 80 openen zondag van 14.00 tot 16.30 uur een
gedeelte van de abdij voor het publiek. Onder leiding van
een zuster kan ook een wandeling worden gemaakt door de
bloeiende kloostertuin.
De ontvangstdag van het Catharinadal aan de Kloosterdreef
duurt zondag van 14.30 tot 17.30 uur. Eventueel kan om 14.00
of om 18.00 uur een gebedsdienst worden bijgewoond. De open
dag bestaat uit onder meer een rondgang door kasteeltje De
Blauwe Camer en een diapresentatie. Bezoekers krijgen de
mogelijkheid een werkstuk in het kunstatelier te kopen. Met
een intense toewijding poetsen twee zusters van de
Oosterhoutse Norbertinessen Priorij Sint Catharinadal de
vloer van hun kerk. Stofzuigen en dweilen totdat alles weer
glimt, het is een wekelijks terugkerend ritueel na de
middagmis, net als het afwassen, het wassen en strijken van
de habijten en het onderhouden van tuin en kerkhof.
De vierentwintig zusters van het vrouwenklooster volgen
iedere dag een strak schema. Vier gebedsdiensten worden
afgewisseld met maaltijden, werkuren en anderhalf uur pauze,
met uitzondering van de zondag waarop niet wordt gewerkt. De
dag wordt besloten met spelletjes of tv kijken.
De Norbertinessen Priorij bestaat sinds 1271 en is een van
de weinige overgebleven - nog functionerende - kloosters.
Nederland telt momenteel zo'n zevenhonderd kloosters,
waarvan er honderdvijftig nog altijd een religieuze functie
hebben. De overigen doen dienst als museum of casino.
Door de sterke afname van het aantal broeders en zusters
zullen er over tien jaar nog maar twintig tot dertig abdijen
en priorijen over zijn. Om geld in het laatje te krijgen,
organiseren veel kloosters rondleidingen en retraitedagen.
Zo hopen ze langer in hun eigen onderhoud te kunnen voorzien.
De zusters van de Sint Catharinadalpriorij in Oosterhout
verkrijgen hun inkomen voornamelijk uit giften en door hun
werkzaamheden in het eigen atelier. Ze restaureren er
antieke boeken en kalligraferen teksten.
Bron: BN de
Stem
11 april 2008
|
|
|
|
************ |
|
|
|
Mijn mooiste Plekje
van 10 januari 2007
Zr. Elisabeth Janssens bij het altaar
in de kerk van Sint-Catharinadal
Door Piet van Rooten
OOSTERHOUT - De rubriek Mijn mooiste
plekje zou niet compleet zijn zonder het Sint-Catharinadal. Ik nodigde
de zusters Norbertinessen dan ook graag uit voor de honderdste en tevens
laatste aflevering van de rubriek. Zr. Elisabeth Janssens, de vroegere
priorin van het Sint-Catharinadal (1963-1993), vertelt namens de
gemeenschap wat zij als Het mooiste plekje van de priorij beschouwt.
Zr. Elisabeth legt uit: 'Veel mensen
hoor ik zeggen: Sint-Catharinadal is wel het mooiste plekje van
Oosterhout. Het voornaamste gedeelte van de gebouwen is oud, zien er
niet vervallen uit en de nieuwere zijn in stijl aangepast. Er is sfeer,
er is rust. Ook binnen stralen de muren en ramen rust uit. Maar vraagt U
mij naar het allermooiste plekje, ook om tot rust te komen, dan gaan we
naar de stilte van de kerk. Naar het huis van de Heer', zegt zr.
Elisabeth.
Zij vervolgt: 'Zonder dat een toets
wordt aangeraakt, nodigt het orgel uit om Gods lof te zingen. En het
grote stenen altaar brengt je tot de rust die alleen de Heer van alle
goeds je geven kan. Het maakt je stil. Immers hier mag je helemaal
jezelf zijn. Je diepere verlangens om iets van je leven te maken naar
andere mensen toe, maken je stil en tegelijk actief. Hier ben je niet
alleen. Het is de Heer, die jou en eigenlijk elke mens wil leiden en
helpen om te leven zoals Hij in Christus heeft voorgeleefd. Eerlijk,
open, met liefde, zichzelf gevend. Hier bij het altaar mag je jezelf
gewoon mens zijn en denken dat je elke dag opnieuw mag beginnen. Dat je
zelfs fouten mag maken, als je maar niet schuwt je hart open te zetten
naar anderen om je heen en ver weg. Hier bij het altaar kun je blij zijn,
omdat er nog zoveel goeds om je heen en over de gehele wereld gebeurt.
Hier kun je stil zijn, hoef je zelfs niet te denken. Hier besef je meer
dan waar ook, dat je niet behoeft te vrezen, de Heer is nabij. Hij komt
terug, is er voor jou, voor de goeden en de kwaden, voor degenen die je
liefhebt en voor hen waar je moeite mee hebt. Van hieruit, vanaf dit
plekje kun je weer het leven tegemoet gaan.'
Zr. Elisabeth Janssens besluit: 'En
dit stenen altaar, het maakt je leven leefbaar, vol van verlangen je
doen en laten vruchtbaar te maken voor de Heer en zo voor vele mensen.
En heel stil klinkt het dan in jezelf: Dank aan mijn stille plekje, dat
ik dit mag beleven', aldus Zr. Elisabeth Janssens, Norbertines van
Sint-Catharinadal.
De Blauwe Camer, het centrale gebouw
van het klooster Sint-Catharinadal, was oorspronkelijk het adellijk huis
van vooraanstaande bewoners van Oosterhout en tevoren van de Commanderij
der Ridders van St. Jan. Het was dit kleine kasteel, dat in de moeilijke
tijd van de zogenaamde Nederlandse Beroerten het toevluchtsoord zou
worden van de zusters Norbertinessen, die in 1647 uit hun klooster in
Breda moesten vertrekken. De oorsprong van de gemeenschap gaat terug tot
1271, toen het eerste, maar al snel door watersnood getroffen,
Sint-Catharinadal in Vroenhout (bij Wouw) werd gesticht. Momenteel is Zr.
Maria Magdalena priorin van de Oosterhoutse gemeenschap, die 26 zusters telt.
Bron:Het Kanton
10 jan 2007 |
|
|
|
************ |
|
|
|
Gouden erespeld voor zuster Dorothea Herwegh
|
Klik op de foto om deze te vergroten |
|
|
|
|
 |
 |
 |
| |
|
|
 |
 |
 |
| |
|
|
 |
 |
 |
| |
|
|
Indrukwekkend. Zo kun je de hele vrijdag
op het Catharinadal wel noemen. Het begon eigenlijk al op vrijdagavond,
maar daar was u geen getuige van. Zuster Dorothea was lange tijd in
meditatie, omdat zij de dag daarna haar professie zou gaan vernieuwen,
zoals alle zusters Norbertinessen dat doen als ze 50 jaar daarvoor hun
‘communio met God’ zijn aangegaan. Je zou het ook een gouden bruiloft
kunnen noemen, alleen is de man dan niet in levende lijve aanwezig.
Tilly Herwegh werd
ietsje meer dan 50 jaar geleden ‘geroepen’ om in te treden. Op dat
moment was ze verpleegster in het Ignatiusziekenhuis en volgde ze een
tekenopleiding aan de kunstacademie St. Joost. Niet lang daarna tekende
ze iets heel anders: haar professiebrief. En dat deed ze afgelopen
vrijdag dus weer. Nou gebeurt zoiets in een klooster natuurlijk wel
vaker, maar als zuster Dorothea haar jubileum viert is dat toch een
ander verhaal.
- Rillingen
-
De auto’s
stonden tot ver op de Zandheuvel en de Hoogstraat. De kerk van het
Catharinadal puilde bijkans uit haar voegen. Honderden familieleden,
hoogwaardigheidsbekleders, opdrachtgevers voor het atelier, Vrienden
van het Catharinadal, Heilige Driehoekbeschermers en ‘gewone’
vrienden en kennissen van Dorothea waren toegestroomd om getuige te
zijn van de hernieuwing van haar gelofte en om haar te feliciteren.
Dat zij vaker naar een dienst gaan op het Catharinadal bleek wel uit
het feit dat ook de Gregoriaanse liederen volop werden meegezongen …
zonder in de tekst te hoeven kijken. Proost Peter Damen ging in de
dienst voor, daarbij vaak geassisteerd door priorin Maria Magdalena.
Vooral het moment voorafgaand aan de hernieuwde ondertekening van
haar professiebrief was om rillingen van te krijgen: Twee ijle
stemmen – die van zuster Dorothea en van Maria Magdalena - die drie
keer dezelfde zin zongen, steeds één toon hoger.
Proost Damen prees
het vakmanschap van Dorothea: “God en jij keken elkaar aan en kwamen
daardoor op ooghoogte. Hetzelfde gebeurde tussen jou en alle mensen hier.
Maar in jouw ogen zien zij allemaal ook het hele Catharinadal natuurlijk.”
- Twee spelden
-
Toen was het
tijd om handen te schudden … oneindig veel handen. De Vrienden
schonken de koffie en andere drankjes, collega’s van Dorothea renden
tussen keuken en buffetten. Niet in de rij, maar dan ook met
speciale bedoelingen was burgemeester Helmi Huibregts aanwezig.
“Zuster Dorothea, u voert sinds 1963 de leiding over het
kunstatelier van Catharinadal. Uw geweldige inzet, deskundigheid
maar zeker ook uw onmiskenbare artistieke talenten vormen de
ingrediënten die tot het succes van heden en de landelijke
bekendheid van Catharinadal en zijn kunstatelier hebben geleid. In
1977 werd u door Prins Bernhard onderscheiden met de zilveren anjer.
En in 1981, bij gelegenheid van uw zilveren professiejubileum, werd
het hele kunstatelier van Catharinadal geëerd met de toekenning van
de gouden erespeld van de gemeente Oosterhout. Nu, 25 jaar later,
geeft u nog steeds met bezieling leiding aan het atelier. Na de
huldiging van het collectief 25 jaar geleden is naar de mening van
het college nu de huldiging van een bijzonder individu op zijn
plaats: Ook u verdient de gouden erespeld.” En die pluim werd door
de burgemeester op de kraag gespeld van Dorothea … naast die andere
gouden speld die zij namens alle collega’s van het atelier draagt
bij officiële gelegenheden.
Maar het
grootste probleem moest nog komen. “Bij de speld hoort ook een oorkonde.
Meestal worden die bij u in het atelier gemaakt, vaak ook door uzelf.
Wij hebben voor u en het atelier dan ook een opdracht: Zou u een
oorkonde kunnen maken, die behoort bij een gouden erespeld ten name van
Dorothea Herwegh?” |
|
|
|
************ |
|
|
|
Redactioneel stuk in BN DeStem |
|
|
- Gouden
speld voor zuster Dorothea
-
Van onze verslaggever

Burgemeester Huijbregts speldt zuster Dorothea de gouden onderscheiding
op. FOTO INGRID BERTENS
Zaterdag 18 november
2006 - OOSTERHOUT – Bij haar gouden professiefeest heeft zuster Dorothea
Herwegh gisteren de erespeld in goud van de gemeente Oosterhout
ontvangen.
Ze kreeg het
waardevolle kleinood uit handen van burgemeester Helmi Huijbregts die de
jubilaris tijdens de druk bezochte receptie toesprak.
Zuster Dorothea Herwegh, Oosterhoutse van geboorte, voert sinds 1963 de
leiding over het kunstatelier van het monumentale klooster St.
Catharinadal. Haar inzet, deskundigheid maar zeker ook haar onmiskenbare
artistieke talenten vormden de ingrediënten die tot het succes van heden
en de landelijke bekendheid van Catharinadal en zijn kunstatelier hebben
geleid, zo onderstreepte de burgemeester.
In 1977 werd zuster Dorothea door ZKH Prins Bernhard onderscheiden met
de Zilveren Anjer. En in 1981, bij gelegenheid van het zilveren
professiejubileum van Dorothea, werd het hele kunstatelier van
Catharinadal geëerd met de toekenning van de erespeld in goud van de
gemeente Oosterhout.
Nu, 25 jaar later, is het nog steeds zuster Dorothea die met bezieling
leiding geeft aan het atelier. Na de huldiging van het collectief 25
jaar geleden is naar de mening van het Oosterhoutse college van B en W
nu de huldiging van een bijzonder individu op zijn plaats, zo besloot
burgemeester Huijbregts.
Bron:
http://www.bndestem.nl/oosterhout/article842592.ece |
|
|
|
************ |
|
|
Het
monnikenwerk van een ‘gouden’ zuster
-
-
Zuster Dorothea
Woensdag 1
november 2006 - Ze was verpleegster in Breda, had eigenlijk in de missie
gewild. Op een dag ontmoette Tilly Herwegh in het Ignatiusziekenhuis in
Breda de norbertines zuster Elisabeth uit het klooster Sint Catharinadal
in Oosterhout .
OOSTERHOUT – Dat
eerste contact was de kiem van een kloosterleven. Op 17 november viert
Tilly haar gouden professiejubileum als zuster Dorothea (76). Portret
van een dienstbaar, religieus leven, een leven ook met liefde voor
antieke boeken, want dat is het tweede verhaal van zuster Dorothea. Ze
was de oogappel van haar vader, die in zijn vrije tijd houtbewerkte en
schilderde. De jonge Tilly volgde nog een opleiding aan de kunstacademie
Sint Joost, maar een innerlijke kracht dreef haar, zo jong als ze was,
steeds naar het contemplatieve leven.
Zuster Elisabeth, nu 83 en subpriorin van Sint Catharinadal: „We
praatten er over. Ik denk dat ik wel gezegd heb, dat ze zelf moest weten
wat ze deed. Zo van: je zit in de verpleging, daar kun je ook blijven.“
Zuster Dorothea: „Ik was dikwijls in Sint Catharinadal te vinden,
fietste langs een omweg, zodat mijn vader het niet zou zien. Hij wilde
niks van het klooster weten, ook al had hij het wel een keer geschilderd.“
Tilly Herwegh trad in bij de zusters norbertinessen en koos zo voor een
dagorde die geheel draaide rond gebed en meditatie. In 1955 werd ze
geprofest.
Sint Catharinadal beschikte al sinds 1925 over een boekbinderij. De
norbertinessen verzorgden het binden van vertrouwelijke boeken van
gemeenten en artsen. In 1953 werden antieke boeken van het Provinciaal
Genootschap van ’s-Hertogenbosch gebracht met de vraag om deze te
restaureren. Na een half jaar bleek er echter nog steeds niets aan
gebeurd. Dat zeer tot ontsteltenis van de toenmalige Proost Germanus
Verheyen. Hij zag mogelijkheden voor de toekomst, een potentiële bron
van inkomsten en inspirerend werk voor kunstgevoelige zusters. Het was
in de jaren ’50 dat paus Pius XII vaststelde dat besloten
kloostergemeenschappen niet meer alleen van bedelen en van giften konden
leven en aan hun kostwinning moesten denken. Met de richtlijn van de
paus in gedachten besloten de zusters norbertinessen die activiteit uit
te breiden.
Zuster Elisabeth: „Toen was het geen vetpot. Nu hebben we een
fatsoenlijk habijt, maar toen droegen we een habijt met ingezette
stukken stof.“
Onder de bezielende leiding van zuster Elisabeth specialiseerden ze zich
in het restaureren van antieke boeken en handschriften. Zo ontstond het
nu internationaal vermaarde Kunstatelier, dat al tientallen jaren onder
leiding staat van zuster Dorothea.
Wie met Dorothea praat, praat over boeken. En wie in Sint Catharinadal
over boeken praat, kan niet om de initiatiefneemster van het
Kunstatelier heen: zuster Elisabeth.
Boeken restaureren? Is dat net zoiets als schilderijen weer toonbaar
maken? Zuster Elisabeth: „Een schilderij is veel overzichtelijker.“
Zuster Dorothea: „We krijgen hier antieke boeken binnen, nou, soms niet
meer dan een stapel van honderden, losliggende vellen, waar gerafelde
randen aan zitten en stukken uit zijn. Dat zijn boeken van drie,
vierhonderd jaar oud.“
Ze toont een oude statenbijbel uit 1686. Het is een boek waarvan de
zeventiende eeuwse drukkers Hendrik en Jacob Keur uit het destijds fel
protestantse Dordrecht nooit van hebben kunnen dromen dat het ooit door
katholieke zusters gerestaureerd zou worden. Zuster Dorothea legt de
twintig centimeter dikke bijbel voorzichtig open op tafel. Haar hand
gaat liefdevol over de herstelde pagina’s. Ze vertelt over het
restauratieproces, over grondstoffen die niet vijandig moeten zijn aan
het zeventiende eeuwse papier. En hoe vel na vel met een grondstof wordt
bewerkt en met persen en drukken vacuüm wordt getrokken zodat er uit de
vloeistof nieuw ‘zeventiende eeuws’ papier ontstaat op plaatsen waar dit
is weggescheurd. En dat is nog niet alles want die vellen moeten weer
een boek worden. Dat is het binden. Ook dat is handwerk. Zuster Dorothea
praat over een kettingsteek en over ribben. Die ribben zijn de
horizontale verdikkingen die je vaak op de rug van in leer gebonden
historische boeken ziet. Zo’n boek als deze ‘Keurbijbel’ zit vaak al
generaties in de familie.
Zuster Dorothea: „De familie komt hier niet alleen voor restauratie. Ze
willen er dan ook een stamboom in en het familiewapen.
De kalligrafie verzorgen we ook, net als het koperbeslag. Hoe lang dat
restauratieproces duurt? Soms wel anderhalf jaar.“ Ze laat de eerste
pagina’s van de gerestaureerde statenbijbel zien. Inderdaad een
familiewapen, een complete stamboom en een gekalligrafeerde opdracht met
ondermeer de tekst: ‘Om het Woord te behouden.’
Zuster Elisabeth: „De restauratie van dit boek, dat is kunst van de
hoogste plank.
De norbertinessengemeenschap in Oosterhout is het wellicht oudste
instituut van de stad, aanwezig sinds 1271, opgericht toen ridders nog
op kruistocht gingen, de pest heerste, stormvloeden de streek teisterden
en lokale heren elkaar met legertjes te lijf gingen. Ze overleefden de
Geuzenstrooptochten en zijn anno 2006, volkomen eigentijds met een
website te vinden op internet:
„Met hoeveel
zusters zitten jullie nog in de priorij?“ Zuster Elisabeth: „We zitten
nooit, ha, ha?“ Zuster Dorothea: „Met 26 zusters. Het Kunstatelier is
belangrijk, maar het belangrijkst is ons gebedsleven, de diensten, vier
keer per dag.“
Voor haar inzet voor het Kunstatelier kreeg zuster Dorothea in 1977 een
Zilveren Anjer. Die werd door Prins Bernhard persoonlijk uitgereikt in
het paleis op de Dam in Amsterdam.
Zijn de norbertinessen in al die jaren verliefd geworden op het
restaureren van oude boeken? Zuster Elisabeth: „Antieke boeken hebben
iets persoonlijk. Ze zijn gedrukt of vaak ook met de hand geschreven.
Als je zo’n handschrift ziet, probeer je je te verplaatsen in degene die
dit zoveel eeuwen geleden geschreven heeft.“ Zuster Dorothea: „Zo’n
antiek boek heeft een eigen sfeer, je kunt het zien, voel maar, de
omslag, het leer, de bladen, het papier, zo’n oud boek leeft.“
http://www.bndestem.nl/oosterhout/article787883.ece |
|
|
|
************ |
|
Een nieuw ‘hek’ om de Heilige Driehoek
Zaterdag
8 april 2006 - De Heilige Driehoek is meer dan de drie kloosters waaraan
het Oosterhoutse gebied zijn naam dankt. Het gebied dat de status van
beschermd dorpsgezicht krijgt, loopt van de Veerseweg in het noorden tot
het bedrijventerrein rond de Esdoornlaan in Slotjes-Oost. Met de nieuw
verworven status gaat deze Heilige Driehoek verder op slot. |
- Een blik op het
klooster Sint Catharinadal. FOTO'S THOM VAN AMSTERDAM
|
Door Geert Nijland
Het eerste wat opvalt als je over de Leijsendwarsstraat in de Heilige
Driehoek loopt, is dat het eigenlijk nooit helemaal stil is. Die
vermaledijde A27! Altijd herrie! De snelweg loopt in een lichte boog
netjes om het gebied heen, maar aan zijn aanwezigheid ontkom je niet.
Mari Rombouts stoort zich er niet aan. Zijn melkveehouderij ligt aan de
A27. Sterker nog, de snelweg doorklieft zijn percelen. Aan de overzijde
heeft Rombouts nog een flink stuk grond. „Als de gemeente Oosterhout dat
stuk grond van mij wil hebben, zullen ze de rest erbij moeten kopen. Dan
kap ik ermee“, zegt hij resoluut.
Zijn opmerking krijgt plots een zware lading als hij zegt de laatste
agrariër te zijn in de Heilige Driehoek. „Vroeger zaten hier aan de
Leijsendwarsstraat tal van agrarische bedrijven. Ze zijn allemaal weg en
er is import voor in de plaats gekomen. Wat mij betreft ga ik door
totdat ze mij in een kist kunnen wegdragen. Ik wil niet stoppen“, zegt
hij.
Rombouts is geboren en getogen in de Heilige Driehoek. Hij kan de
perceelgrens van het klooster Sint Catharinadal blind tot op de
millimeter aanwijzen. „Kijk, dat is allemaal van de zusters. En dat is
van de paters van de Sint Paulusabdij. Zij hebben een deel van hun grond
weer verpacht“, zegt hij. |
|
|
- Melkveehouder Mari
Rombouts aan het werk op zijn land.
|
Rombouts laat het
bezoek de oude koeienstal zien. Sinds de laat negentiende eeuw is er
niets meer aan veranderd. De houten steunbalken in het dak verraden de
ouderdom. Hier proef je de geschiedenis, dit is heilige boerengrond. |
|
De procedure voor
het verkrijgen van de status ‘beschermd dorpsgezicht’ werd in 2002
opgestart door de Stichting Heilige Driehoek die zich al jaren inzet
voor het behoud van het historische gebied. Voorzitter Cock Gorisse zei
gisteren in deze krant dat de kou nog niet helemaal uit de lucht is. Het
deel ten noorden van de Veerseweg staat nog de nodige ontwikkelingen te
wachten. Een nieuw uitvaartcentrum, een crematorium wellicht. Een
tuincentrum dat gaat verhuizen. Als dat maar goed gaat.
Het oude tolhuis
op de hoek van ’t Helleke en de Leijsenstraat staat er in elk geval fier
bij. Als een soort wachter voor de prachtige boerderijen van de
Leijsenstraat. Hier kom je niet ongestraft weg als je met het
bulldozeren per ongeluk uitschiet! |
|
|
- Het Geelhuys of
beter: het oude tolhuis.
|
Als je van het
noorden via de Leijsendwarsstraat naar de andere kant van de Hoogstraat
rijdt, kom je bij de Sint Paulusabdij. Ten zuiden van de Monnikendreef
ligt de hei waarnaar de volkswijk Veurhai, of in goed Nederlands
Voorheide, is vernoemd. |
|
Het is anno 2006
niet meer dan grasland. Het is hier moeilijk te begrijpen waar dat
historische nou precies inzit. In het recente verleden is regelmatig
geopperd om hier op beperkte schaal woningen te bouwen. Waarom niet?
Alhoewel: dan zou de Veurhai de Veurhai niet meer zijn. Toch maar
afblijven dan.
Is het met de status van beschermd dorpsgezicht uitgesloten dat er ooit
nog gebouwd wordt in de Heilige Driehoek? Niet echt. Volgens een
gemeentewoordvoerster wordt het alleen moeilijker. Zeg dus nooit ‘nooit’.
Priorin zuster Magdalena van het norbertinessenklooster Sint
Catharinadal is blij met de nieuwe status.
„Dit is een extra bescherming. Tot nu was daar in juridische zin geen
sprake van. Natuurlijk hebben wij onze rechten. De grond rond ons
klooster is al eeuwen van ons. Maar de bescherming betreft straks een
heel ruim gebied en ik denk dan altijd: hoe ruimer hoe beter.“
De priorin is ook ingenomen met de bescherming van het deel ten zuiden
van de Paulusabdij. De paters vertrekken medio dit jaar naar Zuiderhout
in Teteringen, maar hun plaats wordt ingenomen door de Franse
gebedsgroep Chemin Neuf. „Er is ooit gesproken over woningbouw of nog
erger: de aanleg van sportvelden in dat deel van de Heilige Driehoek.
Daar willen wij liever niet aan denken“, zegt zuster Magdalena. |
|
|
|
|
|
************ |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|